Historiek
De streek rond de benedenlopen van de rivieren Nete, Dijle, Zenne en Rupel is uniek. De machtige waterlopen in een lappendeken van weiden, bosjes, houtkanten en bomenrijen fascineren menig wandelaar of fietser!

Maar door de ligging tussen Antwerpen en Brussel wordt de open ruimte helaas steeds schaarser … Nog té weinig mensen beseffen dat juist die open ruimte temidden van onze bijna volgebouwde regio van onschatbare waarde is om er aangenaam te leven, te wonen en te werken. Om ons prachtige rivierenlandschap mee te helpen beschermen én herstellen, sloegen twaalf gemeenten, de provincie en de plaatselijke verenigingen voor natuurbehoud, toerisme, landbouw en wildbeheer de handen in elkaar: op 3 juli 2008 richtten zij samen de vzw Regionaal Landschap Rivierenland op.
Regionaal Landschap Rivierenland (RLRL) wil als samenwerkingsverband van ‘open-ruimtegebruikers’ acties ontplooien om het typische landschap te behouden en te verfraaien, en de mensen die er wonen hierbij te betrekken.
Streek
Regionaal Landschap Rivierenland strekt zich uit over 12 gemeenten in het zuidwesten van de provincie Antwerpen. Al is het landschap erg gevarieerd, toch loopt er een opvallende ‘blauwe’ draad doorheen!
Waterlopen
De benedenlopen van de rivieren Nete, Dijle en Zenne doorkruisen grote delen van het werkingsgebied, om dan samen te vloeien in de Rupel ter hoogte van het ‘Zennegat’. Ook het kanaal Leuven-Dijle en de Willebroekse vaart monden erin uit. Van hoog uit de lucht gezien tekent deze wirwar van rivieren, beken en kanalen de regio opvallend tegenover de rest van Vlaanderen. Maar ook op de vaste grond hebben de rivieren hun sporen in het landschap getrokken.
Open landschappen
Langsheen de waterlopen -deels onderhevig aan de getijdenwerking- zijn vaak nog uitgestrekte en ‘gave’ landschappen te bewonderen. Het uitzicht hiervan is onlosmakelijk verbonden met de rivieren: waar die (vóór het bouwen van de dijken) jaarlijks overstroomden, is het landschap overwegend ‘open’ gebleven, met veel vochtige weilanden, beekvalleien en zelfs veen- en moerasgebieden. Op enkele plaatsen getuigen oude winterdijken en wielen en afgesneden rivierarmen nog van de strijd van de mens tegen het water. Op de iets hoger gelegen plekken in de valleilandschappen vind je nog enkele echte rivierduinen en heel wat historische hoeves terug. Verspreid in het gebied zijn er nog authentieke dorpskernen, kasteeldomeinen en oude forten (Fort van Walem, Lier, …).
Bos, heide en landbouw
Akkerbouw, vollegrondstuinbouw en boomkwekerijen komen typisch voor op de hogere en drogere gebieden tússen de riviervalleien. De intensieve teelten tekenden vele kleinere percelen die vaak omzoomd werden met houtkanten of zelfs knoteikenrijen. Deze bomenrijen vormen dikwijls verbindingen tussen her en der verspreide oude boskernen. Dit netwerk toont ons, met wat goede wil, nog steeds de omvang van het machtige Waverwoud dat zich hier ooit uitstrekte. Het overwegend vlakke landschap wordt slechts door enkele getuigenheuvels doorbroken, zoals in Heist-op-den-Berg. Daar waar de bodem echt zandig is, zijn er zelfs echte heidelandschappen.
Kleiputten en vijvers
De Rupelstreek is getekend door de kleiontginningen voor de baksteenindustrie. Naast het fascinerende industriële erfgoed dat de steenbakkers nalieten, bleven ook enorme ‘kleiputten’ in het landschap achter. Ook elders in de regio resulteerde de zandwinning voor de autostrade-aanleg in reusachtige vijvers. Een ideaal trefpunt voor watervogels, die de riviervalleien massaal bevolken!

